Startpagina
De Crash
Het monument
Voorgeschiedenis
Crowdfunding
Informatie/Contact
Nieuws
Reacties
Media
 

Voorgeschiedenis

Geen gedenkteken in Westbeemster

Tot nu toe is er in Westbeemster niets dat herinnert aan dit voor de gemeente Beemster grootste ongeluk in de Tweede Wereldoorlog. Toch heeft J. Scheringa Dz., de vader van Jan Scheringa op wiens land de ED 988 neerkwam, gepleit voor de oprichting van een gedenkteken voor de zeven omgekomen en vermiste bemanningsleden.
Aanleiding was een brief die de fam. Scheringa begin januari 1947 kreeg van een zekere Jopie van Beek uit Santpoort. Zij had in het jaar daarvoor samen met anderen een bezoek gebracht aan de boerderij en de plaats van de crash. In haar brief vertelt zij dat zij intussen in Engeland op bezoek is geweest bij de ouders van een van de bemanningsleden (een naam wordt helaas niet genoemd). Die hebben laten weten in de loop van 1947 ook graag langs te komen in Westbeemster. In die brief komt de volgende passage voor:

“Nu is het treurige dat deze familie, en waarschijnlijk ook de andere families van de omgekomen jonge vliegers, in Midden Beemster een klein herinneringsteken verwachten van de plek, waar hun geliefden zijn omgekomen. Ik weet dat op ’t land van Uw zoon een plekje was waar enige overblijfselen begraven waren. Zou U misschien zo vriendelijk willen zijn te schrijven of intussen ergens, hetzij op het kerkhof òf op de plaats waar het vliegtuig neerstortte, een teken is aangebracht ter herinnering aan deze gesneuvelde jongens? Als dit niet zo is, zou ik proberen, de burgemeester hiervoor te interesseren want u kunt zeker wel begrijpen hoe tragisch het voor vaders en moeders is om geen graf en ook helemaal niets dat daarop lijkt, terug te vinden.”
(zie brief collectie fam. A.van der Scheun-Scheringa).

Op 12 januari 1947 schreef Scheringa daarom zijn brief aan de toenmalige burgemeester van Beemster, W.C. Ninaber. (zie de brief)

Een citaat uit deze brief luidt:

“Enkele stukken van een menschelijk lichaam zijn door de duitschers bijeen gezocht en op ’t land begraven. Er lag ontzettend veel rommel over ’t land verspreid, dat wij zooveel mogelijk hebben opgeraapt, waaronder ik vond, een paar portretjes, een halfverbrande landkaart, een stuk v. een Engelsche brief enz.
Gaarne zou ondergetekende van UEd. vernemen hoe u daarover denkt, om ergens een klein herinneringsteeken voor deze zoo droevig omgekomenen aan te brengen.”

Het antwoord van de burgemeester kwam snel en is duidelijk:

Vijfenzeventig jaar later menen wij dat dat het jammer is dat het initiatief van J. Scheringa geen navolging heeft gekregen, maar het is nooit te laat alsnog een gedenkteken te plaatsen.

Afgezien van een vermelding van deze crash in de 'Nieuwe kroniek van de Beemster' onder 26 juni 1943, bestaan er twee locaties waar wel aandacht is voor de slachtoffers. Op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam zijn op het ereveld voor geallieerde gevallenen twee grafstenen met de namen van drie bemanningsleden die hun einde vonden in Westbeemster.

(Militaire sectie Nieuwe Oosterbegraafplaats, Amsterdam;
P/O J.H. Addison kwam niet om in Westbeemster)

De vermisten staan bijgeschreven op de panelen van het grote Runnymede Memorial in Surrey, Verenigd Koninkrijk, een monument voor de ruim 20.000 slachtoffers onder de leden van de Royal Air Force, inclusief die uit het Gemenebest (Australië, Nieuw Zeeland, Canada, enz.). Via internet zijn deze panelen te bezoeken: bijvoorbeeld voor Sgt. Cyril Connah https://www.cwgc.org/find-war-dead/casualty/1084813/connah,-cyril/.
Van de vermiste bemanningsleden zijn ook de namen van de ouders en hun laatste woonplaats bewaard gebleven, evenals hun dienstnummer. Wat noch in Amsterdam, noch in Surrey genoemd wordt is de plaats waar de mannen zijn omgekomen of verloren geraakt. Daarom is een vermelding in Westbeemster een concrete herinnering aan het grootste offer dat deze jonge mannen, in meerdere gevallen vrijwilligers, hebben gebracht. Ook 75 jaar na dato is het niet te laat om hun nagedachtenis duidelijk zichtbaar te eren.